Salon blanc #65
remnants of my past
zaterdag 1 augustus 2026
van 14:00 tot 19:00
Tamara Dees
Sporen, afwezigheid en de taal van de zee
Voor Tamara Dees is het verleden nooit volledig verdwenen. Het blijft aanwezig in de vorm van sporen, herinneringen en fragmenten die zich in het heden blijven aandienen. Haar werken ontstaan vanuit persoonlijke ervaringen en levensverhalen, maar krijgen een universele lading doordat ze ruimte laten voor de herinneringen en associaties van de toeschouwer.
De zee vormt een terugkerend motief binnen haar oeuvre. Schepen, boten en maritieme beelden verschijnen als een persoonlijke beeldtaal, nauw verbonden met haar afkomst en haar jeugd. Als dochter van een zeeman werd de afwezigheid van haar vader een bepalende ervaring: niet alleen het gemis zelf, maar ook het niet-weten, het ontbreken van een volledig verhaal. De schepen in haar werk verwijzen dan ook niet enkel naar de zee, maar naar wat onzichtbaar blijft, naar datgene wat verdwenen is en toch blijft doorwerken. In Concorde (2023), Her Majesty (2019) of Largo (2023) verdwijnen de schepen letterlijk uit de gevonden paneeltjes. Stap voor stap heeft de kunstenaar het beeld van de boot uit haar oeuvre verwijderd: door schepen weg te schilderen, door ze te bedekken met bladgoud of ‘non-reproducing blue’ en uiteindelijk door ze uit het schilderij te zagen. Door iets weg te nemen, maakt ze het paradoxaal genoeg opnieuw zichtbaar. Afwezigheid wordt een aanwezigheid.
Ook in de reeks Film Noir (2023), geborduurde lapjes bedekt met Oost-Indische inkt, speelt het verdwijnen een centrale rol. De oorspronkelijke kleurrijke textielwerken met scheepsbeelden worden bijna volledig aan het zicht onttrokken. Alleen door aandachtig te kijken, dichterbij te komen en de tijd te nemen, worden de verborgen structuren opnieuw zichtbaar. De werken nodigen uit tot een andere manier van kijken: niet vluchtig, maar onderzoekend.
Hetzelfde geldt voor Orpheus (2026), een vergulde harpsluiting afkomstig van een schip. Het object draagt de sporen van een vorig leven: krassen, beschadigingen en gebruikssporen worden niet weggewerkt maar juist gekoesterd. Door de harp met bladgoud te bedekken, geeft Tamara Dees het een nieuwe betekenislaag. Het goud verwijst niet naar perfectie, maar naar waarde: naar de schoonheid van wat door de tijd gevormd werd. Dit instrument dat op schepen gebruikt wordt om verbindingen te maken, wordt zo ook een metafoor voor relaties, herinneringen en het verbinden van verschillende momenten in de tijd.
In haar recente werk If life gives you lemons (2024/2025) verschuift de aandacht naar een ander soort herinnering. De tinnen citroenen verwijzen naar een moeilijke periode en naar de zoektocht om met onverwachte omstandigheden om te gaan. De toevoeging “make lemonade” krijgt hier een bijzondere betekenis: niet door de sporen van het verleden uit te wissen, maar door ze te erkennen en er iets nieuws uit te laten ontstaan. De onvolmaaktheden, poriën en kleine beschadigingen van elk individueel stuk maken juist zichtbaar wat het leven achterlaat.
Het werk van Tamara Dees beweegt zich voortdurend tussen onthullen en verbergen. Door beelden te bedekken, weg te nemen of te transformeren, vraagt ze de toeschouwer om opnieuw te kijken. Wat verdwijnt, blijft aanwezig als herinnering.
Laure Forêt
De huid als grens, glas als geheugen
Het werk van Laure Forêt vertrekt vanuit een fundamentele vraag naar de relatie tussen binnenwereld en buitenwereld. De huid vormt daarbij een belangrijk uitgangspunt: als grens tussen het lichaam en de omgeving, maar ook als oppervlak waarop ervaringen, herinneringen en emoties sporen nalaten.
Binnen het kader van remnants of the past sluit haar praktijk nauw aan bij het idee van overblijfselen en afdrukken. Voor Laure Forêt zijn herinneringen niet alleen verbonden aan het verleden, maar ook aan de manier waarop iets blijft voortbestaan nadat het verdwenen lijkt. Zoals archeologische vondsten getuigen van een verdwenen wereld, kunnen ook materialen en kunstwerken sporen dragen van wat ooit aanwezig was.
Glas speelt hierin een centrale rol. Het materiaal bevindt zich volgens Laure Forêt tussen verschillende toestanden in: vloeibaar en vast, kwetsbaar en sterk, transparant en aanwezig. Het draagt bovendien zijn eigen geschiedenis in zich. In de werken uit de reeks Fossil (2025) gebruikt ze handgeblazen glas als een soort huid waarin afdrukken van planten, zee-egels of anemonen verschijnen. De beelden verwijzen niet naar de zee zelf, maar naar organismen die lang vóór ons bestonden en een geschiedenis met zich meedragen. Het woord fossiel verwijst naar stenen waarin resten van vroegere levensvormen bewaard zijn gebleven. Ook deze werken functioneren als afdrukken: stille getuigen van een verleden dat opnieuw zichtbaar wordt. De huidkleurige tint van het glas versterkt de associatie met het lichaam en roept vragen op over de relatie tussen mens, natuur en tijd.
Een belangrijk element in het werk van Laure Forêt is de actieve rol van de toeschouwer. Haar werken vragen om dichterbij te komen, om het materiaal te onderzoeken en om aandachtig te kijken. Net zoals een archeoloog langzaam iets blootlegt, wordt de kijker aangespoord om verborgen lagen te ontdekken.
In de werken met glaskralen, zoals Chrysalide IV (2026) en Ecorce II (2026), onderzoekt ze de spanning tussen kwetsbaarheid en kracht. De fragiele structuren bestaan uit talloze kleine elementen die door een bijna onzichtbare metalen draad met elkaar verbonden zijn. Vanuit het midden groeit het werk in cirkels naar buiten toe, als een organische structuur die tijdens het maakproces ontstaat.
De cirkelvorm keert regelmatig terug in haar oeuvre, die tegelijk verwijst naar microscopische celstructuren en naar kosmische vormen, naar het kleine en het oneindig grote. De cirkel draagt een sacrale betekenis: een vorm die aanwezig is in de natuur, en door de mens verbonden wordt met rituelen, glas-in-loodramen en contemplatie.
In de glaswerken met handen en in de Jesseboom (Jessé, 2026) keert het idee van herinnering en verbinding terug. De handen, oorspronkelijk ontstaan als studies voor een grotere installatie in Caen, Frankrijk, lijken zich naar boven te bewegen: misschien vanuit een graf, misschien naar de hemel. Ze spreken over verdwijnen en opnieuw zichtbaar worden. De Jesseboom verwijst naar de traditie waarin een boom de genealogie en verbondenheid tussen generaties verbeeldt. Bij Laure Forêt wordt dit motief opnieuw geïnterpreteerd als een beeld voor relaties, wortels en de complexe structuren die alle levende wezens met elkaar verbinden.
De kleine glazen druppels (Déliquescence II, 2024-2026) die in verschillende werken terugkeren, dragen eveneens een geschiedenis in zich. In de transformatie van materie schuilt iets bijna alchemistisch. Een druppel water lijkt klein en vluchtig, maar draagt volgens haar een enorme tijdsdiepte in zich. Zoals water herinneringen kan bewaren en tegelijk kan wegspoelen, verbinden de glazen druppels kwetsbaarheid, tijd en verandering.
Het werk van Laure Forêt bevindt zich voortdurend tussen categorieën: tussen natuur en cultuur, lichaam en omgeving, verleden en toekomst, kwetsbaarheid en kracht. Haar werken herinneren ons eraan dat niets volledig verdwijnt: alles laat een spoor na.
