Monthly Archives: november 2025

za 10.01.2026 'Que le fou à pieds bleus s'envole',  Hyun Dekempe, Juliette Vanwaterloo, 14:00 — 20:00
Prev
Next

Salon blanc #63

Que le fou à pieds bleus s’envole

Hyun Dekempe
Juliette Vanwaterloo

De titel van de tentoonstelling is een knipoog naar een beroemd strijdlied uit de Vlaamse geschiedenis, waarin de blauwvoet (le fou à pieds bleus) het symbool bij uitstek was. Die blauwvoet verwijst naar een stormvogel met grijsblauwe poten uit de familie van de genten aan de Galapagos-eilanden, die enkel boven de zee vliegt als er zwaar weer op komst is. In de 19e eeuw werd hij dan ook een perfect symbool om een mogelijke opstand aan te kondigen.

Hoewel Hyun Dekempe (°1981) en Juliette Vanwaterloo (°1998) geen ambities koesteren in de Vlaamse beweging, draagt hun oeuvre een hedendaags en relevant activisme uit. Met hun verscheiden achtergronden verbeelden ze – soms heel helder, soms eerder subtiel – getuigenissen van onrechtvaardigheid of onderdrukking. Beide wonen in België: Hyun Dekempe is van Zuid-Koreaanse origine, werd geadopteerd door een familie uit Steenhuize-Wijnhuize en woont in Velzeke-Ruddershove. Juliette Vanwaterloo groeide op in Angers, Frankrijk en heeft nu haar atelier in Brussel (KULT XL). Bij beide kunstenaars is humor en ironie vaak dichtbij, waardoor de verfranste zin van de strijdkreet als titel niet misstaat. De tentoonstelling is dan ook een metafoor voor dialoog en confron­tatie, waarin spanningen tussen het indivi­duele en het maatschap­pe­lijke voelbaar worden. Suggesties van actuele, lokale, wereldse en politieke kwesties komen er samen in monumentale schilderijen en textiele installatiekunst.

In de gang verwelkomt een groot doek ons met een schilderij van een vlag met franjes rondom rond. De afbeelding lijkt op een historische vlag van het graafschap Vlaanderen, met een zwarte leeuw op een geel veld, die al in 12e eeuw werd gebruikt, hoewel de rode tong en de klauwen pas later werden gestandaardiseerd. Tegelijk symboliseert een gouden leeuw in de Aziatische cultuur rijkdom, geluk en voorspoed en wordt vaak geassocieerd met een keizerlijke status. In een van zijn klauwen houdt de gouden leeuw een Koreaanse bloem vast, een soort hibiscus die nooit zou verwelken. Verschillende culturele achtergronden komen dan ook vaker samen in het oeuvre van Hyun Dekempe, die het als een groot geluk ervaart om in België te kunnen opgroeien en een leven als kunstenaar te kunnen uitbouwen. Op het doek onderaan vind je eveneens een aantal elementen terug, die allicht voor verwarring zorgen: een pot kimchi, een traditioneel Koreaans bijgerecht van gefermenteerde groenten en een bakje Belgische frietjes met mayonaise, die soms als ‘french fries’ door het leven gaan, verwijzend naar een manier van bakken of snijden. Hyun Dekempe zoekt de onrust op, beklemtoont en relativeert tegelijkertijd, maar weet heel bewust hoe symbolen niet alleen over identiteit spreken, maar evenzeer over uitsluiting: in het midden ligt een borstel of een vloertrekker, verwijzend naar de verkiezingsretoriek van het Vlaams Blok van destijds. Het tafereel wordt links en rechts nog eens omzoomd met drie verticale strepen, de nationale vlag, die zwart-geel-rood is gekleurd. Of was het nu rood-geel-zwart. Het portret op het einde van de gang kan misschien helpen: de eerste koning der Belgen en graag geziene gast in het Oostende van weleer, Leopold I. Zijn gezicht komt terug op het kleinere werkje op karton, waar hij prijkt op een biljet van ‘100 dollar’ van The United States of Belgium.

Over grof geld gaat ook de kwestie die Juliette Vanwaterloo verbeeldt in de eerste ruimte aan de rechterwand: een groot werk dat samengesteld is door middel van tuften, een arbeidsintensieve textieltechniek waarbij met een speciaal pistool garen door een gespannen doek geschoten wordt om dikke, zachte en kleurrijke wandkleden te maken. Het wandtapijt stelt het ganse relaas voor van de ZAD (Zone à Défendre) in Notre-Dame-des-Landes, in het departement Loire-Atlantique, vlakbij Nantes. Het is een zeer groot, voornamelijk agrarisch terrein van 1.650 hectare dat sinds 2010 internationaal bekend werd gezien het zich heeft verzet tegen verschillende pogingen om het te ontruimen. Zowel de lokale boeren als activisten verzamelden er zelfgeorganiseerde gemeenschappen om de biodiversiteit te vrijwaren of een alternatieve manier van leven te promoten. Er werd decennialang geprotesteerd tegen de aanleg van een nieuwe luchthaven, wat uiteindelijk leidde tot de annulering van het project door de Franse regering in 2018. In 2016 en 2017 was Juliette Vanwaterloo zelf ter plaatse om (analoge) foto’s te maken van de plek en de lokale en illegale bezetters die de plannen probeerden te blokkeren. Gecombineerd met beelden uit de media van de uiteindelijke ontruiming, kon ze een tafereel samenstellen waar ‘Libérez la Vie’ kan triomferen. De kraan ruimt alles op, de politie is weer weg, het hekwerk dat gebruikt werd voor barricades (hier handgemaakt van kantwerk in metaal) wordt opgeborgen. De plek is weer vrij.

Aan de rechterkant op en boven de tafel zijn kleurrijke werken van beide kunstenaars samengebracht. Aan de muur hangt een collage met verschillende stukken doek van Hyun Dekempe waar je duidelijk nog de sporen van zijn maakproces in ziet. Potloodlijnen, zwarte vegen en drippings worden niet verborgen, en ook de lappen katoen of papier worden niet netjes weggestopt in een kader. Integendeel. Het statement om overschotten te gebruiken als werkmateriaal geldt eveneens voor Juliette Vanwaterloo: tweedehandsgaren krijgt in haar handen een nieuw leven. De getufte tapijtjes van vuurhaarden zijn vastgeplakt op houten staanders met verwijzingen naar een betonblok, dat vaak op straten of pleinen wordt gezet tegen terroristische aanvallen, een SUV, een type auto dat de looks van een terreinwagen combineert met het comfort en de functionaliteit van een personenauto (Sports Utility Vehicle) en een pul RoundUp, een merknaam voor een onkruidbestrijdingsmiddel dat verboden is voor particulier gebruik (glyfosaathoudende middelen). Op een dag als vandaag waarop de kerstboomverbranding is ingepland (strand van Mariakerke), brengt het vuur warmte om het oude jaar af te sluiten of de boel grondig op te ruimen of op te hitsen.

Op het roodgloeiend schilderwerk van Hyun Dekempe is een rechthoekig vlak te zien, een tafel met vier lage stoelen op een rode tegelvloer met decoratieve motieven. Op het meubelblad verschijnt een mythische draak uit een ronde wokpan, samen met wat kommen en bestek. Gezien China dikwijls geassocieerd wordt met geld, ligt er eveneens een stapeltje biljetten klaar. De kunstenaar bereidt grootmachten graag klaar als gespreksonderwerp aan de keukentafel of tijdens familiefeestjes, waar politieke onderwerpen vaker vermeden dan uitgelokt worden. Hetzelfde geldt voor het tafeltafereel beneden boven de kast, maar dan staat Amerika op het menu. De United States of America zijn niet weg te slaan uit het dagelijkse nieuws, nu ook Venezuela in het vizier komt. De ‘American Eagle’, de zeearend als nationaal symbool van kracht, moed en vrijheid, wordt gecombineerd met een pijl en olijftak om oorlog en vrede weer te geven. Een koningsscepter en een wereldbol zijn goed zichtbaar, samen met een zandloper om het over de tijd te kunnen hebben (in het werk waar China wordt geserveerd, is de tijd aanwezig in de vorm van een klok dicht bij de muil van de draak). De onderwerpen rond de bewegingen van wereldmachten worden geconsumeerd met vork en mes (hier en daar ligt een lepel in het China-tafereel, maar chopsticks lijken te ontbreken) en bieden een ietwat hoopvolle gedachte dat er ruimte kan zijn voor discussie en dialoog, voor tegengestelde meningen en andere opinies. Boven het Amerika-doek staat een citaat uit de Franse film “La Haine” (1995). Een jongen uit de banlieues van Parijs wordt tijdens een verhoor zo hard aangepakt dat hij levensgevaarlijk gewond in het ziekenhuis belandt. Het gevolg is het uitbreken van rellen waarbij de politie slaags raakt met groepen jongeren. In één van de scènes wordt een kruisje in graffiti aangebracht op een poster zodat de zin verandert in “le monde est à nous”.

Politiebrutaliteit triggert eveneens Juliette Vanwaterloo zoals te zien in de vier kleine werkjes in de hoek boven in de buurt van het raam. Het eerste borduurwerk ontstond tijdens de lockdown in maart 2020, en de andere volgen sindsdien de actuele nieuwsberichten rond excessief geweld door handhavers van de wet wereldwijd. Ze werd in het begin vooral geraakt door de reacties op de protestbeweging ‘les gilets jaunes’ die leidde tot demonstraties, met het blokkeren van toegangswegen en het aanrichten van vernielingen. Het frappeerde haar hoe in Belgische media een totaal andere berichtgeving verscheen over de gele hesjes-beweging dan in Frankrijk. En tegelijk volgde ze actief video’s op Facebook Live en online media onder andere over de respons van ordediensten. Ook een demonstratie tegen racisme in Brussel in 2021, waar minderjarigen werden gearresteerd en in het station werden opgesloten, en twee acties in Lyon en Parijs in 2020 worden getoond. Beneden links aan de trap is eveneens handborduurwerk gepresenteerd, eerder gericht op wat we ‘grote nutteloze projecten noemen’ (GTI – Grands Travaux Inutiles). Juliette Vanwaterloo toont hoe in de huidige maatschappij vaak gekozen wordt om overal beton te storten zonder echte reden, en zo de natuurlijke habitat verdwijnt. Het patroon op het stukje textiel doet aan een picknick denken en stelt motieven voor uit de natuur maar voelt onecht aan. En de verschillende borduursteken, met knoopjes of rechte steken stellen een bos en een veld met grassprietjes voor, maar het landschap is tegelijk gevuld met pesticiden, een kraan, verkeerskegeltjes of hopen zand en grind. Aan de achterkant zorgt oranje stof voor een lichte gloed die weerkaatst op de muur.

Beton is evenzeer volop aanwezig in het grote getufte wandkleed van Juliette Vanwaterloo dat verhalend lijkt opgebouwd zoals de educatieve paneeltjes waar we op school de waterkringloop leerden kennen: hoe het ons leert dat water continu circuleert door verdamping, condensatie, neerslag en afvloeiing, aangedreven door zon en zwaartekracht, waarbij het verandert van vast (ijs) naar vloeibaar (water) en gasvormig (damp) en zo oceanen, rivieren, grondwater en wolken verbindt. Uitgaande van die ietwat naïeve constructie verschijnen evenwel beelden met de manier waarop water vandaag de dag gebruikt wordt, hoe bedrijven als vervuilers ruimte innemen, de grootste cruise ter wereld verder vaart en de landbouw strepen trekt door het natuurlijke landschap. Waterlopen en autowegen meanderen door een kleurrijk en bijna overweldigend tapijt, dat in verschillende technieken is opgebouwd, met diverse structuren zoals pailletjes en parels. Alles is in beweging en wordt doorkruist door teksten zoals “Non au détournement de nos rivières”.

Als afsluiter van de tentoonstelling, lijkt de cirkel rond: de blauwvoet is geschilderd in een compositie van een stilleven (nature morte), waarbij het roerloze dier als een jachttrofee is geëtaleerd. Hyun Dekempe heeft dit paneeltje gemaakt kort nadat hij de verhalen gelezen had waar de exotische vogel een prominente plaats in krijgt. Een beetje geschiedenis: Hendrik Conscience schrijft in 1870 de roman “De Kerels van Vlaanderen”, waarin ruwe Vlaamse zeelui (de Kerels) tegen de Franse edelen (de Isengrims) vechten. Hun bijnaam? Blauwvoeten. Hun wachtwoord? “Vliegt de Blauwvoet? Storm op zee!”. De achttienjarige Albrecht Rodenbach, leerling in het Klein Seminarie in Roeselare, las dat boek, raakte wild enthousiast en schreef in de zomer van 1875 zijn fictieve “Lied der Vlaamsche Zonen” met het refrein: “Vliegt de Blauwvoet? Storm op zee!”. Voor hem werd de blauwvoet het iconische beeld voor de storm die eraan kwam: de Vlaamse ontvoogding en een opstand tegen de verfransing van het onderwijs. De kreet werd een historische battle-cry die een hele natie wakker schudde en dé slogan van de Vlaamse studenten tot ver in de 20e eeuw. En hoewel veel jonge streekgenoten deze historiek allicht niet meer kennen, is Hyun Dekempe er juist door gefascineerd. Wat is vreemd, wat is eigen, wie kan welk verhaal vertellen en is elke onafhankelijkheidsstrijd niet ook een universeel verhaal, van onderdrukking, onrechtvaardigheid, verlangens, dromen en bevrijding.